Dorine Hermans, historica en journaliste schreef als eerste, en voorlopig enige, een biografie over het nieuwe gezicht bij de koninklijke familie, waarin ze zoals ze zelf schrijft “de worsteling weergeeft van de eerste Nederlandse niet-adellijke burger die lid werd van het Koninklijk Huis.”
Was het zo’n worsteling dan voor Pieter van Vollenhoven? Hermans: ‘Jazeker. Hij moest die eerste jaren vreselijk hard knokken om serieus genomen te worden. Hij is ruim tien jaar lang de kop van Jut geweest. De onlangs overleden literatuurcriticus Kees Fens noemde hem in die dagen zelfs “een lakei met de diepgang van een schemerlamp”. Als Pieter in beeld kwam begon iedereen te lachen.’
Ook binnen de koninklijke familie werd de kersverse verloofde van prinses Margriet niet met open armen ontvangen. ‘Integendeel, achter de schermen werd het gezien als een faux pas van Juliana. Beatrix was er ook fel op tegen. Door de Greet Hofmans-affaire was ze sterk naar haar vader toegetrokken en die hing de klassieke theorie aan: een lid van het koninklijk huis trouwt met iemand van adel, niet met een burger. Er moest een zekere afstand blijven tot het volk, vond ook de kroonprinses. Bovendien was er net een burgerjongen waar Beatrix zelf verkering mee had afgewezen. Binnen de koninklijke familie had Pieter alleen steun van Juliana en de voorspelling luidde dat het huwelijk niet langer dan vijf jaar zou duren.’

Hippie
Ook binnen de eigen kring, het Leidse corps en in het bijzonder het bestuur van het corps waar Pieter deel van uitmaakte, had hij het volgens Hermans niet makkelijk. ‘Daar heerste toch de opvatting: van een prinses blijf je af als burger. Pieter overtrad die regel.’
Dat corpsbestuur was overigens minder ballerig dan het zo op het eerste gezicht leek volgens de schrijfster van “Pieter van Vollenhoven: burger aan het hof”. ‘Hoe raar het misschien ook klinkt, maar dat corpsbestuur was nogal hippieachtig. Ze hadden weliswaar geen lang haar, maar ze wilden wel uit de ivoren toren klimmen waar ze in zaten. Ze wilden de muren tussen hen en het gewone volk slechten en Pieter was het daar mee eens. Op Soestdijk vond hij in Juliana een medestander. Dat was ook een soort hippie. Ook zij wilde muren slechten, maar dan die tussen het koninklijk huis en het gewone volk. In de ogen van Beatrix was dat een gruwel.’
Ondanks de voorspelling dat het huwelijk niet al te lang zou duren, werd het een groot succes. Dat heeft ondermeer te maken met het feit dat Pieter ‘een bijna pathologische doorzetter is’, volgens Hermans. Dat gaat heel ver vertelt de schrijfster. Zo moest Pieter eens een vervanger vinden voor een arts die mee zou gaan naar de Wereldstudentenspelen in Brazilië. Hij belde een andere dokter die eventueel bereid was om mee te gaan, maar die zou pas twee uur later thuiskomen. Van Vollenhoven belde niet terug maar bleef twee uur lang aan de telefoon. De arts ging mee.
Pieter bleef tien jaar zwalken, een periode waarin het ook met zijn carrière niet goed ging. ‘Overal was hij op stage’, zegt Hermans. Maar toen kwam dan eindelijk de omslag. ‘Pieter ontdekte het onderwerp waarin hij zich kon vastbijten, veiligheid, en dat deed hij ook. Ik moet hier iets van maken dacht hij, het is het enige dat ik heb en ik moet aantonen dat het zinvol is. Dat is hem gelukt.’

Planetoïde
Anno 2009 is er niemand meer die Pieter belachelijk vindt. Hij is professor geworden en hij leidt de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, voorheen de Raad voor de Transportveiligheid, een instituut met een prestige dat zelfs tot ver in het buitenland reikt.
Hermans die Pieter van Vollenhoven inmiddels een aantal keren heeft ontmoet schetst het beeld van een man die zich tegenwoordig volkomen op zijn gemak voelt. ‘Pieter is een geestige man met een groot gevoel voor vaak absurdistische humor. Hij lijkt ijdel met z’n jasjes en z’n dasjes, maar dat is niet zijn drijfveer. Hij is erg maatschappelijk bewust. Die bezorgdheid over veiligheid heeft hij van huis uit meegekregen. Ook zijn vader was daar al mee bezig. Toen die eens bij Pieter op bezoek kwam in het studentenhuis waar Pieter woonde, was de nooduitgang het eerste waar hij naar informeerde.’
Inmiddels zijn er ook andere burgers als Marilène van den Broek, Annette Sekrève, Laurentien Brinkhorst en natuurlijk niet op de laatste plaats Máxima Zorreguieta, toegetreden tot de koninklijke familie. Wat veertig jaar geleden nog een uitzondering was, is nu een geaccepteerd verschijnsel geworden. En terwijl Irene en Christina al lang zijn gescheiden, is er in het huwelijk tussen Margriet en Pieter na al die jaren nog geen barstje te bekennen.
‘Pieter heeft geoogst wat hij toen zaaide. Het opbouwen van het specialisme “veiligheid” heeft hem het zelfvertrouwen gebracht waar het hem eerst aan ontbrak. Iedereen bekijkt hem nu met andere ogen en Beatrix heeft hem zelfs een onderscheiding gegeven. Zijn optreden bij het ongeluk met het toestel van Turkish Airlines dwong alom respect af. Er is nu zelfs een planetoïde naar hem genoemd’, voegt de journaliste en historica er lachend aan toe.

KRO Magazine, 2009