We zijn amper een kwartier onderweg en het dal is al ver onder ons weggeschoven. Als we even stilstaan en het geknerp van het grind onder onze voeten is verstomd, realiseren we het ons pas echt: het is hier doodstil. Waren we een paar uur geleden op Schiphol niet omringd door duizenden mensen?

In Kristiansand, zo ongeveer het zuidelijkste puntje van Noorwegen, is het vliegveld al ineengeschrompeld tot een enkele landingsbaan en naarmate de bus op weg nummer 9 in noordelijke richting vordert, worden de tussenpozen dat we een tegenligger tegenkomen groter. Net voor Langeid, zo’n honderd kilometer boven Kristiansand, stappen we uit. De dikbuikige buschauffeur, zet ons keurig af aan het begin van het wandelpad. ‘Als je hier naar boven gaat, kom je in Stakkedalen. Daar is een hut. Het is ongeveer twee uur lopen. Veel plezier.’