Nog één keer over de mondkapjes. Goed, u kunt het woord niet meer horen natuurlijk en eerlijk gezegd ben ik er zelf ook wel klaar mee. Maar dit weekend hoorde ik weer een verhaal, waar je beslist obstinaat van wordt.

Ik kan geen stap buiten de deur zetten zonder een mondkapje. Letterlijk. Als ik de buitendeur achter me dichttrek ben ik verplicht om zo’n ding te dragen. En de vraag is: waarom? Eerst wordt er maandenlang door de deskundigen en autoriteiten beweerd dat een mondkapje geen zin heeft. Integendeel, het is juist slecht want iedereen zit er met zijn handen aan en dat levert weer extra besmettingsgevaar op.

Maar al gaande deze coronacrisis lijkt het tij te keren. Een mondkapje is toch wel oké, al was het alleen maar omdat mensen niet vergeten dat we te maken hebben met een pandemie. Voortschrijdend inzicht zullen we maar zeggen. Dat kan. En ja, dat argument begrijp ik. Het verhaal dat het gerommel met mondkapjes alleen maar extra besmettingsgevaar oplevert hoor ik nu echter niet meer.

Enfin, wat zijn de besmettingshaarden nu eigenlijk? Partijtjes in de privésfeer, bruiloften en dat soort bijeenkomsten die vooral binnenshuis zijn, lees ik overal. Dus wat is logisch? Het mondkapje verplicht stellen op plaatsen waar je het meest gevaar loopt op een besmetting. Kortom bij bruiloften etc., binnenshuis. Dat is dus niet in de buitenlucht en niet in de openbare ruimte. Vervolgens wordt er een mondkapjesplicht ingesteld in de openbare ruimte in de buitenlucht. Wie is hier nou gek?

Legitimatiebewijs

Oké, je neemt het zekere voor het onzekere en stelt zo’n plicht toch in op plekken waar mensen genoodzaakt zijn elkaar van dichtbij te passeren. In de nauwe stegen op de Wallen bijvoorbeeld. Maar waarom in de Wijde Kerksteeg? En waarom ‘s morgens om negen uur als er slechts een enkeling op straat loopt? Waarom kan het niet net zoals het verbod op de verkoop van alcohol, donderdag, vrijdag en zaterdag tussen vier uur ‘s middags en vier uur ‘s nachts als het echt druk is? En waarom niet op het Damrak waar de één de ander zo ongeveer op de hakken trapt? Of op andere plekken waar iedereen op elkaars lip zit?

Het zijn kortom veel te grofmazige maatregelen waarvan het de vraag is of ze überhaupt nut hebben. En als je het dan toch grofmazig wilt doen zeg dan: we doen het in de hele stad, nergens uitgezonderd.

Maar ondertussen.

Ondertussen hoor ik het volgende verhaal. Op de Oudezijds Voorburgwal zitten een paar bewoners op hun eigen stoep, vijf traptreden hoog. Vrijdagavond, mooi weer. Zonder mondkapje vanzelfsprekend. Ze drinken een glaasje wijn. Plotseling komt er een kluitje boa’s de hoek om stuiven die nogal indringend komt vertellen dat ze a) niet mogen drinken op de Wallen en b) dat ze een mondkapje voor moet doen. Als je vervolgens als bewoner zegt dat je op privéterrein zit, eisen ze een legitimatiebewijs van je. Dat ga je dan maar halen. Toch? Dan kun je ondertussen wat afkoelen en krijg je wellicht geen boete. Op hetzelfde moment zit de wallenkant van de gracht vol blowende, zuipende toeristen zonder mondkapje. Daar wordt door hetzelfde kluitje boa’s geen enkele aandacht aan besteed.

Ja, ik wil me verantwoordelijk gedragen en er van alles aan doen om deze pandemie de kop in te drukken. Ook ik heb daar belang bij. Ik ben een brave burger en als ik met de trein reis zet ik altijd een mondkapje op. Maar denkt u nu echt dat ik nog gemotiveerd ben om een mondkapje te dragen als ik de deur uitstap?

Tot slot ook wat goed nieuws: Ons’ Lieve Heer op Solder blijft open! Hiep hiep hoera!

Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Mijn gekozen waardering € -