‘Er was eens een beer die in een bos leefde. Het was een lieve lobbes, een echte bereloris. Zijn snuit glom als een kers. Met zijn klauwen vormde hij een hek waarmee hij de deining van zijn buik beschutte; hij gebruikte ze nooit om te klauwen, alleen om zich te krabben.’

Van de enorme massa’s die hier over het plein lopen, ken ik 99,9 procent natuurlijk niet. Het zijn volstrekte vreemden voor me. Maar heel af en toe komt er iemand langs die ik wel ken. Zoals de man die zulke prachtige zinnen maakt en die door critici een Marokaans-Nederlandse schrijver wordt genoemd. Ten onrechte overigens volgens de auteur die de naam Hafid Bouazza draagt, want op een muil en een klomp lopen, dat ‘loopt verdomd moeilijk’, volgens de auteur.