Wat is natuur nog in dit land? Nou meer dan u denkt. Zelfs hier op de Wallen loopt, vliegt en zwemt nog behoorlijk wat. En hoewel niet veel, ook de flora is zeker niet totaal afwezig.

Dieren op de Wallen? Vrijwel iedereen begint onmiddellijk te lachen en roept vervolgens: ja, duiven en meeuwen. Honden en politiepaarden passeren ook al snel de revue. En niet te vergeten natuurlijk, de ratten, katten en muizen. Voor de doorzetters blijven dan nog de meerkoetjes, zwanen en eenden over. Een enkeling denkt nog aan vissen. Grapjassen noemen het haantje op de kerktoren of de olifantjes die als embleem fungeren van sekstheater Casa Rosso. Maar dat is het wel zo’n beetje.

Ik vertel dan altijd graag het verhaal van het vosje dat dood werd gevonden op de Kloveniersburgwal. Ze werd weliswaar doodgereden en, oh schande!, eerst aangezien voor een kat, maar bleek toch een heuse vos van het vrouwelijk geslacht. Volgens toenmalig stadsecoloog Martin Melchers was ze de meest stadse vos die hij ooit was tegengekomen. Waar ze vandaan kwam? De theorie is dat ze waarschijnlijk via de spoordijk of over het tramspoor uit IJburg is komen aanlopen. Maar het echte antwoord zullen we nooit weten.

Nu worden we sinds enige tijd getrakteerd op een heuse, zeer levende reiger. Hij – of zij, daar wil ik van afblijven – was eerder gesignaleerd, maar gedraagt zich nu al helemaal als een bewoner van dit stadsdeel. Hij zit regelmatig langs de Geldersekade. Of hij bivakkeert op de Oudezijds Voorburgwal, het liefst in de nabijheid van de Febo, want daar kan hij nog een graantje, of beter een patatje, meepikken. Sinds een paar dagen schuimt hij ook over het Oudekerksplein en de Oudezijds Achterburgwal. Hij is niet bepaald het toonbeeld van schoonheid, maar ja, wat wil je ook als je alleen maar fastfood tot je neemt.

Veluwe

De lente is onmiskenbaar in aantocht en dat is ook te zien in de plantenwereld op de Wallen. Overal duikt weer van alles aan groen op. Jaren geleden interviewde ik Melchers die smakelijk kon vertellen over wat er in Amsterdam in het algemeen en op de Wallen in het bijzonder zoal te vinden was. Het was en is onmiskenbaar een feit dat in dit meest ‘stenige’ deel van de stad zoals Melchers de Wallen benoemde, er plekken zijn waar alle leven zo ongeveer is verdwenen. De Warmoesstraat noemde hij ‘een ecologische woestijn’ en ook op de Zeedijk was door de nieuwe bestrating zo ongeveer niks meer te vinden. Maar de schijn kan bedrieglijk zijn. ‘Je zou eens op de daken moeten kijken en in de binnentuinen. Daar staat soms zelfs een niet alledaagse boom als de rode beuk.’

Hij noemde Amsterdam ‘een lappendeken van biotoopjes. Er zijn meer dan duizend soorten planten en er leven honderden diersoorten. Deze stad kent vooral zo’n grote verscheidenheid ‘omdat de kleibodem is opgespoten met allerlei soorten zand en schelpen waardoor er een grote variëteit is ontstaan. Er is hier meer te zien dan op een vergelijkbare oppervlakte op de Veluwe.’

Maar goed, als er dus ergens in Amsterdam geen plaats meer is voor “natuur”, wat dat dan ook precies moge zijn, dan is het wel hier in de oude binnenstad. Melchers: ‘Vergis je echter niet, ook hier is nog volop leven te zien. Toen ik jong was, zwommen er echt nog geen meerkoetjes of futen in de gracht. Nu zitten ze hier volop. Die beesten passen zich toch aan.’

Inderdaad van een meerkoetje of fuut, daar kijken we tegenwoordig niet meer van op. Nog wel van een reiger. En wie weet wordt onze “huisreiger” hier op de Wallen net zo gewoon als de fuut en het meerkoetje. En wordt hij hier ook domweg gelukkig.

Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in ongeveer vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Mijn gekozen waardering € -