Gisteren gebeurde het weer: ik kwam een bekende tegen. Een man waarvan ik zeker weet dat hij niet bij mij in de buurt woont. Als ik zo iemand tegenkom doe ik meestal of ik hem niet zie, maar na oogcontact was dit keer een gesprekje onvermijdelijk. 'Hé, alles goed? Ja, alles prima.' Wat volgde was een korte conversatie over de bekende ditjes en datjes. Zo’n toevallige ontmoeting blijft altijd wat ongemakkelijk aanvoelen, zeker als er geen spontane mededeling volgt over het doel van het bezoek aan deze buurt. Want de vraag met hoofdletters is natuurlijk altijd: wat doe jij hier?

Misschien is hij ook wel een hoerenloper dacht ik later, want als er één ding is dat ik in de loop der jaren heb geleerd is dat maatschappelijke positie, uiterlijk of status niets zegt over het al dan niet frequenteren van publieke vrouwen. De gemiddelde hoerenloper bestaat inderdaad niet. Met stropdas en aktetas of in campingsmoking en alles wat daar tussenin zit, het maakt niet uit, ze gaan allemaal.