Sinds kort is onze buurt een gerenommeerde instelling rijker: het Meertens Instituut. Het instituut, dat onderzoek doet naar Nederlandse taal en cultuur, is gevestigd in het oude hoofdkantoor van politie op de Oudezijds Achterburgwal 185. In de brede entreehal staat het bureau van de man die er ooit mee begon: Piet Meertens. Het is een enorme kolos met veel laden en laatjes. Op het schrijfblad staat een typemachine met een dubbel toetsenbord. Het ene toetsenbord is voor een normale typemachine, het andere voor het fonologische alfabet, het alfabet waarbij het met name gaat om de klank van woorden.

Op het bureau staat op de oude bordjes van het instituut waar het in die dagen om ging: Centrale Commissie voor onderzoek van het Nederlandse Volkseigene. Dialectbureau. Volkskundebureau. Naamkundebureau. Behalve de naamkunde die geen onderdeel meer uitmaakt van het Meertens Instituut, is de rest nog wel van toepassing, vertelt Meertens-medewerkster Simone Wolff. Lachend voegt ze eraan toe: ‘Alleen noemen wij dat tegenwoordig toch beslist anders. Een term als volkseigene is vandaag de dag veel te besmet. Nu spreken we over het bestuderen en documenteren van de Nederlandse taal en cultuur waarbij alledaagse verschijnselen centraal staan.’