Stille zaterdag. ‘s Avonds. Er loopt een groep van zo’n twintig opgeschoten jongens over het plein. De helft heeft een stropdas om die inmiddels los om hun nek hangt. Hun wandeling stokt bij de overburen. De mensen die hun raam hebben volgehangen met ‘Minder toeristen. Minder. Minder.’ Ze zijn allergisch voor gasten die direct voor hun deur blijven hangen. Hij stuift naar buiten. Zij niet lang daarna ook. Er volgt een duw- en trekpartij en een hoop gescheld dat ik niet versta. Een paar knapen die wat wijzer zijn houden hun vriendjes tegen die erop los willen slaan. Ze worden ruw weggeduwd. Er wordt gemopperd, maar langzaam druipt de groep af. Kennelijk wachten er nieuwe avonturen in de St. Annendwarsstraat. Vijf minuten later komt de politie langs. Alles is allang weer tot rust gekomen.

‘s Middags. Een schooier heeft een blikje bier gejat bij de buurtsuper en probeert ermee weg te komen. De beveiliger rent achter hem aan, grijpt hem in z’n kladden. Er ontstaat een worsteling en de schooier weet toch opnieuw te ontsnappen. Niemand helpt. De veiligheidsman in pak met een keurige V op zijn revers spuugt het bloed uit z’n mond als hij terugloopt naar de supermarkt.

Eerder die middag. Bussen rijden af en aan voor het Barbizonhotel aan de Prins Hendrikkade. Toeteren. Enorme kuddes lopen achter omhooggehouden bordjes aan waarop staat: ‘Keukenhof’. Of: ‘The Hague and Delft’. De helft van de kudde loopt op het fietspad en heeft niets in de gaten. Zelfs het fanatieke ding-dong dat geregeld opklinkt horen ze niet. Behalve het voorbijrazende autoverkeer speelt er een fanfare stevige hoempapamuziek.

Opgestaan

Diezelfde middag. De Zeedijk is nog redelijk begaanbaar. Wel veel mensen en hier en daar (vracht-) auto’s die op de stoep geparkeerd staan. Iedereen wijkt uit naar de straat. Fietsers worden boos en beginnen te schelden. De Molensteeg is onbegaanbaar. Ademhalen op de Nieuwmarkt kan nauwelijks. Er is zoals elke zaterdag boerenmarkt.

‘s Avonds. De vuilnisbakken puilen uit en steeds meer rotzooi belandt naast de bak. Glas rinkelt voortdurend, blikjes worden over straat geschopt. Op de boombank zitten wel dertig mensen. De helft zit op de rugleuning. Een jongen speelt gitaar en probeert daarbij een oude Beatles-hit te zingen. Twee scooters scheuren toeterend over het verkeersvrije Oudekerksplein.

21:45 uur. De klok begint te luiden. Het is er maar één. Monotoon. Wie hoort het? Het geluid verdwijnt in het feestgedruis. De kerkdeur staat open, maar iedereen loopt er aan voorbij. De terrassen zijn vol. Op het plein staan vier, vijf, zes toeristengroepen tegelijk. Veertig, vijftig, zestig mensen per groep.

22:10 uur. Een man staat op van de boombank. Hij loopt richting kerkdeur die zojuist is gesloten. Hij knoopt z’n broek los. Een minuut later knoopt hij zijn broek weer dicht en keert hij terug naar de boombank waar zijn vrienden zitten, blikken bier in hun hand.

Later. Agenten stuiven over het plein richting Oudezijds Achterburgwal. Drie minuten daarna komen ze terug met een schreeuwende arrestant. Vier man moeten hem in bedwang houden.

23:15 uur. De kerkklokken. Voluit. De Heer is waarlijk opgestaan! Stille zaterdag is voorbij.