Vaak krijg ik de vraag: hoe crimineel zijn de Wallen nog? Meestal gaat het dan over de straatcriminaliteit zoals berovingen, zakkenrollerij en overlast van dealers en junks. Veel ouderen herinneren zich nog de gigantische bende op de Zeedijk. Het zag er in de jaren ’80 van de vorige eeuw zwart van de dealers en junks. Het was zo erg dat de vuilnis niet werd opgehaald, de postbode er geen post meer wilde bezorgen en agenten zich er amper durfden te vertonen. Overal werd ingebroken, autoradio’s werden gejat en de naïeve toerist die per ongeluk in deze ‘no go-area’ terechtkwam, werd genadeloos van al zijn bezittingen beroofd.

Dat is anno 2016 allang niet meer het geval. De Zeedijk is nu een hippe winkel- en uitgaansstraat geworden en ook op de rest van de Wallen kan iedereen zich rustig overdag, ‘s avonds en zelfs ‘s nachts op straat begeven zonder al te veel risico te lopen het slachtoffer te worden van zogeheten kleine criminaliteit. Sterker nog: juist door de grote hoeveelheid mensen op straat is de sociale controle in dit gebied groot en dat is goed voor de veiligheid.

Roverij

Is er dan helemaal niks meer aan de hand? Natuurlijk wel, en de criminaliteit loopt de laatste maanden zelfs weer wat op. Daar zijn twee redenen voor. Allereerst de sluiting van 22 coffeeshops op de Wallen. Een paar jaar geleden waren er nog 76; nu zijn dat er nog ‘maar’ 54. Voor de goede orde: Utrecht, Rotterdam en Den Haag hebben bij elkaar 85 coffeeshops. Het geeft aan dat naast de dames achter de roodverlichte vensters, de coffeeshops de grootste attractie van de Wallen vormen. Zeker voor buitenlandse toeristen en daar zijn er heel, heel veel van hier.

Gevolg van de sluiting van de coffeeshops lijkt nu dat steeds meer mensen hun wiet op straat kopen. En ze schaffen zich ook andere waar aan, pilletjes, harddrugs. Of ze schaffen zich spul aan waarvan ze denken dat het cocaïne is. In werkelijkheid wil het nog wel eens gemalen pepermunt zijn of bakpoeder. En dat is meteen de tweede reden dat de straathandel groeit: het levert de dope- en de nepdope-dealers goudgeld op. Want vijfhonderd euro is zo verdiend en bakpoeder kost maar een paar centen. Tel uit je winst. De kopers zijn sukkels natuurlijk, maar ik heb weinig medelijden met deze domkoppen.

Dat het aantal dealers, echt of nep, is toegenomen is goed te zien in de politiestatistieken. Maar ook in de avondlijke en nachtelijke uren op straat. Met name in de Warmoesstraat en Lange Niezel vormen ze een ware plaag. Allerlei vage figuren hangen dan rond op straathoeken en in portieken. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het vrijwel uitsluitend ‘donkergetinte’ lieden zijn die proberen hun waar aan de man te brengen. Dat aan de man brengen gaat niet zelden gepaard met intimidatie, roverij en knokpartijen.

Voor de politie is het natuurlijk ook een probleem want er is geen wet die zegt dat je geen gemalen pepermunt of bakpoeder mag verkopen op straat. In elk geval kun je niet gepakt worden wegens drugshandel. Voor iedereen echter die zich verre houdt van deze sinistere types, zijn de Wallen niet speciaal extra gevaarlijk.