Twee keer binnen een half jaar vielen bijna alle lantaarns uit op het Oudekerksplein. Het duurde beide keren een hele week voordat het licht weer brandde. Het wordt tijd om het stadhuis eens in het donker te zetten. Dat zal ze leren.

In de nacht van 12 op 13 februari is het op het Oudekerksplein stikdonker. Er brandt zegge en schrijve één lantaarn. Ook de kerk die eerst nog baadde in het licht is een donkere klomp geworden. Alleen de verlichting van de wijzers van de klok doen het nog.

Ook in de zomer van het vorige jaar hadden we dit al eens meegemaakt. Eind augustus, begin september kregen we een tot die tijd ongekende attractie voorgeschoteld: zes dagen lang was het pikkedonker op het plein. Wat er gebeurde als er weer eens luid geschreeuw klonk, was niet te zien. Werd er iemand beroofd? Of waren het gewoon bezopen jongelui die flink tekeer gingen? Enfin, het leverde dagenlang een tamelijk lugubere sfeer op.

En nu dus, midden in de winter met zijn korte dagen, was het weer raak.

Even heb ik getwijfeld of ik de gemeente ervan zou verwittigen. Per slot van rekening heeft dat meestal niet zoveel zin. Uiteindelijk sloeg de balans door naar m’n brave burgermansgevoel en heb ik de telefoon ter hand genomen en het nummer ingetoetst van ‘Storingen openbare verlichting’. Dat is trouwens 14 020. Na een aantal minuten aan de lijn te hebben gehangen werd de verbinding verbroken.

Omdat m’n brave burgermansziel nog steeds de overhand had, heb ik maar een mailtje gestuurd met de vraag wanneer ze dachten dat de verlichting weer aan zou gaan. En of ik daar telefonisch van op de hoogte zou kunnen worden gesteld.

Gemeentebelasting

Dat laatste is in elk geval nooit gebeurd. Wel kreeg ik de dag erna een mailtje met de volgende tekst: ‘Dank voor uw melding. Er is een kabelstoring op het Oudekerksplein. Deze melding ligt in middels bij de firma Liander om dit z.s.m. op te pakken. Zodra ik meer informatie heb, zal ik u hierover informeren.’ Dat was dus woensdag 14 februari.

Op diezelfde woensdag 14 februari viel de aanslag van de inspecteur van Belastingen van de gemeente Amsterdam in de bus. Een slechtere timing is nauwelijks denkbaar en even leek woede me te overmannen en wilde ik de aanslag verscheuren. Maar nee, ik heb het niet gedaan.

Enfin, wat er ook gebeurde de dagen erna, het was en bleef pikkedonker op het plein. Het weekend kwam en het weekend ging en nog steeds heerste duisternis.

Op maandag 19 februari waren er filmopnames die overigens weinig overlast veroorzaakten, maar voor het eerst was er weer licht. Dat wil zeggen: filmlicht. De lantaarns lieten het nog altijd afweten.

Op 20 februari leek er dan eindelijk een einde te komen aan de algehele duisternis. Overdag begonnen de meeste lampen op het plein te branden, maar toen de avond viel was dit aantal weer gereduceerd tot drie, later vier en in de loop van de nacht nog een paar.

Het is nu 21 februari, ruim een week na de melding en ik ben erg benieuwd hoe het plein er vanavond bij ligt. Mijn vertrouwen in de gemeente was al niet bijster groot, maar is nu wel bijna tot het nulpunt gedaald. Volgende keer maar het stadhuis in het donker zetten? Dat zal ze leren. Misschien wordt het probleem dan wat slagvaardiger aangepakt.

Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.