Het gebeurde nu alweer een week geleden, maar de pijn is nog niet voorbij. In één klap veegde een windvlaag bijna alle bomen van het Oudekerksplein. Eén jonkie overleefde, vijf klapten met een harde dreun tegen de grond en twee braken halverwege af. Omdat het hemelwater het plein in een zwembad had veranderd, liepen er – heel uitzonderlijk – op dat moment geen mensen.

Geen persoonlijke ongelukken dus, maar voor de rest niets dan leed. Daken werden beschadigd, met name aan de kant van de Oude Kerk, lantaarns werden verpulverd, terrasstoelen en vuilniszakken vlogen door de lucht en ruiten sneuvelden. Het was een ravage zoals ik nooit eerder had gezien op het plein.

Maar ach, het is allemaal snel te repareren. Wat minder snel te herstellen is, is de groene deken die het plein een heel eigen atmosfeer leek te geven. Het zal nog jaren duren voordat de bomen weer volwassen zijn en ze het Oudekerksplein een nieuwe groene hemel zullen geven. Ik zal dat persoonlijk waarschijnlijk niet meer meemaken en dat maakt me heel erg verdrietig.

De hele nacht zijn er mannen met machines in touw geweest om alle restanten te vermalen. Alsof we niet mochten zien hoe ze gesneuveld waren. Binnen een paar uur waren de eens zo trotse reuzen veranderd in pulp. De grote brokken bleven achter en werden de volgende dagen opgehaald. Toen het eenmaal licht was kwamen ook de eerste ramptoeristen om hun foto’s en filmpjes te maken. Ze lieten zich fotograferen of filmen terwijl ze op de stronken stonden alsof ze een vijand hadden verslagen.

Kakofonie

Wat overblijft na een windvlaag van vijf seconden is een kaal plein met een naakte kerk. Van top tot teen is de toren onbedekt. Alles is zichtbaar en hard en stenig. Het Oudekerksplein is een ander plein geworden, een plein zonder leven. Gesprekken worden niet langer gedempt door het geruis van de bladeren maar spatten schel uiteen tegen de muren. De bomen waaien niet meer; er zijn geen bomen meer. De ooit zo vrolijke kakofonie van vogelgeluiden is uitgestorven, want er zijn geen takken meer waarop ze kunnen gaan zitten om hun hoogste lied te zingen. De zon is een harde gele bol geworden die niet meer wordt getemperd door ritselend groen. Genadeloos ketsen de zonnestralen af op de kinderkopjes.

De boombank is deels verwoest maar het onbeschadigde deel wordt met een soort onverschilligheid die ik me waarschijnlijk verbeeld, direct weer in gebruik genomen alsof er niks is gebeurd. Alsof het plein altijd al zo is geweest. Alsof er nooit een boom heeft gestaan.

Wat zal er nu met het plein gebeuren? De lantaarnpalen zullen worden hersteld, neem ik aan. Maar ook de boombank, vrees ik. Er zullen – daar ga ik vanuit – nieuwe bomen worden geplant. Die zullen hoe dan ook kleiner zijn dan de reuzen die er stonden.

Hoe lang zal het duren voordat het er hier weer uit zal zien als voor die klap van kwart over twaalf in de vroege morgen van 6 juni toen en windvlaag een einde maakte aan de groene hemel van het Oudekerksplein?

Ik ben er ziek van. De volgende Uitkijkpost zal eind juli verschijnen.

Willem Oosterbeek, Wallenbewoner, doet in vijfhonderd woorden regelmatig verslag van het dagelijks leven vanuit de beroemdste buurt van Nederland.