Een doordeweekse avond op de Amsterdamse Wallen. Duizenden voetgangers persen zich door de nauwe steegjes en slenteren langs de smalle grachten om zich te vergapen aan de hoeren die verveeld achter de ramen hangen of quasi-opgewonden hun kunstjes vertonen. Geregeld wurmen zich auto’s tussen de mensenmassa door. Taxi’s cirkelen eindeloos rond op de gracht op zoek naar een vrachtje. Opstoppingen leiden tot daverende claxonconcerten. Af en toe flakkert de agressie op als een automobilist niet snel genoeg doorgang wordt verleend, of andersom als voetgangers voortdurend om een auto heen moeten lopen die maar amper vooruitkomt. Een buurtbewoner: ‘Vooral Italianen zijn er sterk in om maar rondjes te blijven rijden. Het gebeurt wel dat ze met messen uit het raam hangen om zich doortocht te verschaffen.’

Tot tien jaar geleden was dit het beeld. Het is haast onvoorstelbaar, maar deze buurt die in de loop van de middag wordt bevolkt door een snel wassende stroom voetgangers in de vorm van hoerenlopers, hoerenkijkers en toeristen, was tot 2006 24 uur per dag vrij toegankelijk voor de automobilist.

Al even onvoorstelbaar maar eveneens waar: reeds in 1990, meer dan vijftien jaar daarvoor, nam de gemeenteraad van Amsterdam vrijwel unaniem en met instemming van politie, bewoners en bedrijven, inclusief de prostitutiebedrijven in het gebied, het besluit om de Wallen autovrij te maken. Pas op 13 maart 2006 werd dat echter realiteit.

Komisch

Hoe dat in godsnaam mogelijk was, is een lang verhaal. Te lang voor deze Uitkijkpost. In elk geval was er in 2002 een bestuurder van stadsdeel Centrum aangetreden die echt iets wilde doen aan de verkeersoverlast op de Wallen. Zijn naam: Guido Frankfurther, bijgenaamd ‘Guido de grachtengraver’, omdat hij zo graag in het verleden gedempte grachten opnieuw wilde uitgraven.

Hoe je daar ook over mag denken: zijn initiatief leidde er in elk geval wel toe dat wij Wallenbewoners nu tussen acht uur ‘s avonds en zeven uur ‘s morgens verlost zijn van autoverkeer. En voor een deel van de Wallen zelfs al vanaf het begin van de middag om twaalf uur. Resultaat: het brengt enige rust in een verder nog altijd zeer drukke buurt. Overigens is het nu rondom de Wallen, een stuk onrustiger geworden. Maar dat is weer een ander verhaal.

In 2006 werd het autoverkeer nog tegengehouden door paaltjes die op de voorgeschreven tijd door ambtenaren van de gemeente werden geplaatst en weggehaald. Tegenwoordig zijn er vezips. Pardon, vezips? Juist: verzinkbare palen.

Wat echter niet iedereen begrijpt is dat die palen automatisch naar beneden gaan als je met de auto het gebied wilt verlaten, ook al is het in de tijd dat je er niet naar binnen kan en mag. Dat levert geregeld komische taferelen op. Zodra de onwetende chauffeur die wil vertrekken de palen in het vizier krijgt, trapt hij op de rem, zet z’n auto in z’n achteruit of probeert om te keren. Misschien is er elders een uitgang open? Als dat niet het geval blijkt te zijn, breekt er lichte paniek uit. Vermaledijde palen! Totdat er een vriendelijke buurtbewoner is die vertelt dat je gewoon naar de vezips toe moet rijden omdat ze dan automatisch naar beneden gaan. Dankbare blikken zijn ons deel. Hoe mooi kan de wereld soms zijn?