In de vensterloze hal staan veertig klapstoeltjes opgesteld op de stenen vloer, keurig in het gelid. Links in de hoek van de hal op formicatafels een paar grote thermoskannen met koffie en thee. Op een schaaltje ernaast een stapeltje stroopwafels. Vier tl-bakken zetten alles in een genadeloos licht.

Bij elkaar zijn er zo’n twintig mensen op de bijeenkomst afgekomen. De helft van de stoeltjes blijft daarom onbezet. Iemand heeft iets fout gedaan wordt er gezegd waardoor de uitnodiging voor deze voorlichtingsavond niet bij alle buurtbewoners in de brievenbus is gegleden. ‘Heel jammer.’